Koolhoven FK23

Koolhoven FK23In de eerste wereldoorlog werkte de Nederlander Frits Koolhoven in Engeland als ontwerper bij Engelse vliegtuigfabrieken. In 1918 was dat bij BAT in Londen. Na een aantal voorlopers ontwierp hij de BAT FK 23 Bantam met de nieuwe ABC Wasp stermotor van 170 pk. Het was een zeer klein toestel waarvan de verwachtingen zeer hoog waren. Toestellen van de tegenstander met een vergelijkbaar motorvermogen waren maar liefst 50% zwaarder.
Van dit toestel werd een prototype-serie van 12 stuks besteld. In de zomer van 1918 werden de eerste drie toestellen afgeleverd aan de Royal Air Force. Bij de vele testvluchten bleek het toestel goed te voldoen. Zwak punt was echter de voor die tijd nieuwe stermotor die zeer veel storingen gaf en gedurende de testvluchten regelmatig vervangen moest worden. Er werd door de ABC fabriek gewerkt aan een verbeterde versie.
Volgens Koolhoven stonden de geallieerde luchtmachten op het punt het toestel als hun standaard jager te kiezen. Het einde van de oorlog maakte echter dat alle contracten werden ontbonden. De RAF heeft nog twee toestellen afgebouwd, de overige vliegtuigen bleven eigendom van de fabriek. Die probeerde kopers te vinden door met Bantams deel te nemen aan talloze demonstraties en luchtraces.
Door zijn contacten in Nederland kon Koolhoven deelnemen aan de ELTA (Eerste Luchtvaart Tentoonstelling) van 1919 in Amsterdam. Een toestel stond buiten tentoongesteld, een ander gaf dagelijks spectaculaire demonstraties. Later kwam er nog een derde toestel dat door Koolhoven na de tentoonstelling privé werd behouden.
In 1922 werd de Nederlandse Vliegtuig Industrie opgericht met Koolhoven als chef constructeur. Hij kocht 2 motoren van de nieuwe versie en een toestel uit Engeland. Voor deze versie werd een bewijs van luchtwaardigheid aangevraagd en er werden testvluchten gemaakt vanuit Waalhaven, het toenmalige vliegveld van Rotterdam. Het toestel werd aangeboden aan de Nederlandse luchtmacht, maar er volgden geen opdrachten. Bovendien bleek dat de ABC fabriek niet verder ging met de nieuwe motor.
Na de sluiting van de NVI in 1926 begint Koolhoven een eigen fabriek onder zijn eigen naam. Dit wordt in grootte de tweede vliegtuigfabriek in Nederland, na Fokker. Er worden vliegtuigen geleverd aan de Nederlandse Luchtmacht, aan de KLM en aan buitenlandse afnemers. Net voor de tweede wereldoorlog had Koolhoven zeer grote orders voor de Franse luchtmacht. Die zijn gedeeltelijk uitgevoerd maar de geleverde toestellen waren niet klaar bij het uitbreken van de oorlog. In mei 1940 zijn de fabrieken in Waalhaven totaal platgebombardeerd en na de oorlog nooit meer opgebouwd. De Koolhovens die tijdens en na de oorlog hebben gevlogen zijn in de loop der tijd verdwenen.

Gegevens
Productie: 12 stuks
Motor: ABC Wasp 170 pk bij 1750 rpm
Snelheid: 223 km/uur, vliegbereik 724 km (3,4 uur)
Gewicht: leeg 378 kg, max. 599 kg
Afmetingen: spanwijdte. 7.62 m, l. 5.58 m, h. 2,03 m

De Vroege Vogels' Koolhoven FK23
In 1920 eindigde de BAT fabriek zijn bestaan en werden de nog aanwezige toestellen opgekocht door een vliegtuighandelaar die er evenwel geen markt meer voor kon vinden. Bij zijn overlijden in 1953 kwamen de resten bij de Shuttleworth collectie in Old Warden en bleven daar liggen in een boerenschuur. In 1986 wordt de Koolhoven Stichting opgericht die er in samenwerking met de Vroege Vogels in slaagt de resten te kopen en over te brengen naar Nederland.
Het blijkt te gaan om ongeveer twee toestellen en wat losse delen. Eén toestel is vrijwel compleet en hiervan is door de Koolhoven Stichting een statisch toestel gebouwd dat thans in het Aviodrome te bezichtigen is (zie foto). Omdat alle ontwerp-tekeningen en gegevens ontbraken is gedurende de restauratie ieder onderdeel op tekening gezet. Deze tekeningen vormen de basis voor de bouw van een vliegende Koolhoven door de Stichting Vroege Vogels, waarbij nog bruikbare originele onderdelen zoveel mogelijk zullen worden toegepast. Dit toestel zal de registratie F1657 dragen, van het tweede Koolhoven-toestel dat uit de Shuttleworth collectie is overgebleven.

Medio 2005 is een team van twee (nu drie) medewerkers begonnen aan de bouw van dit toestel. Al snel bleek dat voor een verantwoord vliegend toestel de ABC Wasp motor veel te onbetrouwbaar zou zijn. Na grondig onderzoek is de keuze gevallen op het gebruik van een Warner stermotor van 145 pk. Met deze motor is het mogelijk om de originele lengte van het toestel tot op de centimeter nauwkeurig te handhaven en verder ook te bereiken dat het uiterlijk nauwelijks verandert.
Het toepassen van de Warner motor, met een andere motorbok, levert als bijkomend voordeel op dat er meer ruimte in de cockpit ontstaat en dat daarmee de bereikbaarheid voor het onderhoud meer aandacht kan krijgen, iets dat in het oorspronkelijke ontwerp grotendeels ontbrak maar voor de veiligheid van vlieger en vliegtuig essentieel is.
Om dit concept te beproeven is een mock-up gebouwd die aantoont dat het werkt. De Koolhoven Stichting draagt zorg voor de technische specificaties en berekeningen van de motorbok voor de Warner motor.

Begin 2007 is begonnen met het bouwen van de vleugels. Hiervoor heeft één van de SVV medewerkers de tekeningen van de vleugels gedigitaliseerd, zodat maatafwijkingen van de toen 80 jaar oude overblijfsels zijn geëlimineerd. Tevens werd het hierdoor mogelijk de metalen beslagen met moderne machines te laten uitsnijden bij een gespecialiseerd bedrijf en te laten zetten bij Fokker in Hoogeveen. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit vroeger met de hand gebeurde, want ieder beslag is een beeldhouwwerkje op zich. Datzelfde geldt voor de gelamineerde liggers, die door de werkgroep zijn gelijmd en daarna door een gespecialiseerd bedrijf zijn voorzien van de juiste afschuiningen, afrondingen en uitsparingen. Alle ribben zijn door de werkgroep zelf uitgezaagd en op maat geschuurd. Ook zijn alle deklatjes en vleugeltips gestoomd en voorgebogen.

Ook bij de montage viel op hoe arbeidsintensief de constructie van de vleugels is. Iedere rib krijgt extra lijmlatjes en versterkingslatjes erop gelijmd. Op de plaatsen waar een bout van de beslagen zit moeten daar weer uitsparingen voor gemaakt worden, enz. Op iedere rib worden dan weer deklatjes gelijmd en gespijkerd. Aan de vleugelvoorkant komen dan nog massa’s vormlatjes. Het is bekend dat in die tijd arbeidskosten niets voorstelden en Koolhoven heeft kennelijk geen enkele aandacht besteed aan de hoeveelheid werk, maar alleen fraaie constructies bedacht. (zie ook de foto’s).

Toch zijn de vleugels, de rolroeren en het stabilo inmiddels (begin 2016) nagenoeg klaar om ingedoekt te worden. De werkgroep gaat zich nu richten op de bouw van de romp.

Dit project wordt financieel gesteund door het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Meer foto's:
Koolhoven FK23Koolhoven FK23Koolhoven FK23foto2 dsc04744 dsc04760 koolhoven 024

Foto’s en tekst mogen slechts worden gebruikt met schriftelijke toestemming van de auteurs. Copyright foto’s ©2009: Stichting “Vroege Vogels”.